Escargots

Je moet er echt een liefhebber van zijn, eetbare slakken of escargots.

Zeeuwen vinden het een lekkernij, Alikruiken of zoals de Zeeuw zegt Kreukels of Krukels. Deze “slak” die op en tussen de rotsblokken in het water te vinden is komt er regelmatig op tafel.
Bij de Belgen (Vlamingen) vinden de bij ons minder bekende Wulken of Karakollen, die uit de zee worden opgevist, gretig aftrek.

En de Fransen? Die smullen van Escargots.
Ga je in Frankrijk uit eten dan staan er als entree altijd wel escargots op de menukaart.
Ook op de gezellige speciale avondmarkten georganiseerd door plaatselijke ondernemers zie je ze steeds vaker, de slakkenkwekers. Je koopt een bakje met escargots, een stokbrood bij de bakker, je schenkt een goede fles Franse wijn erbij en genieten maar.
De één vindt ze heerlijk, maar een ander gruwt ervan.

Het eten van slakken wordt al eeuwen gedaan, de Romeinen kenden de slakken al, het was een elite voedsel.
Dit weet men omdat bij archeologische opgravingen rond de Middellandse zee regelmatig lege slakkenhuizen worden gevonden.

Eetbare slakken

De eetbare slak wordt ook wel een superfood genoemd.
Ze zijn caloriearm, zitten bomvol eiwitten, bevatten calcium, ijzer en veel mineralen.

Er zijn 3 verschillende soorten eetbare slakken, in tegenstelling tot de Alikruik en de Wulk zijn dit landslakken.

– De Helix Aspersa, de Segrijnslak.
De kleinste slak, de Petit-Gris. Het huisje is 28-32 mm groot en bevat 7-15 gram vlees.
De grotere segrijnslak, de Gros-Gris. Het huisje heeft een afmeting van 40 tot 45 mm en de slak zelf weegt 20-30 gram. Deze soort wordt veel in België en Frankrijk gekweekt. Volgens kenners is deze slak een ware smaaksensatie

– De Helix Pomatia, beter bekend onder de naam Escargot de Bourgogne. Deze wordt vooral gekweekt in zuid en centraal Europa. De slak heeft een huisje van 40 tot 45 mm en heeft 25 tot 50 gram vlees.

bron: escargots-bourguignon.fr

Kweek van eetbare slakken

foto: ’t slakkenhuys.nl

De eetbare slak wordt op een natuurlijke manier gekweekt. Men noemt dit de Helicicultuur.

De slakken worden gekweekt in tunnelkassen. Het zijn broze dieren en het kweken is soms moeilijk en lastig door de natuurlijke vijanden van de slak.
Muizen en vogels zijn er gek op en een andere bedreiging vormen parasieten.
De tunnelkas vereist een optimale lucht- en temperatuur omstandigheid, om de slak zo goed mogelijk te laten gedijen.
Als voedsel krijgen ze gemalen graan, verse bladgroenten en soms verschillende kruiden. Dit wordt gedaan om de slakken een verfijnde smaak te geven maar ook om de slakken een natuurlijke bescherming tegen ziekten te geven.
In de wintermaanden houden ze een winterslaap, maar vanaf februari gaan ze zich weer voortplanten.
In juli worden de volwassen dieren geoogst.
De slakken worden in slaap gebracht en uit hun huisjes gehaald. Ze worden meerdere malen gespoeld met zout water en citroensap om het slijm te verwijderen. De slakken worden gekookt, terug in een huisje gestopt of los verpakt en gaan dan naar de horeca en consument.